header_verloskunde

Prenatale zorg

Zwangeren die in ons ziekenhuis bevallen, hebben meestal een medische indicatie.
 Dit betekent dat voor de zwangere of voor het kind tijdens de zwangerschap of bevalling het risico verhoogd is. Soms staat de medische indicatie al bij voorbaat vast zoals bij een zwangere met suikerziekte. Ook tijdens de zwangerschap of bevalling kan een medische indicatie ontstaan zoals bij een stuitligging. Soms bestaan er grenssituaties, er wordt dan met de verloskundige overlegd. Een bevalling met een medische indicatie noemen we een “klinische bevalling”. Deze wordt onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog begeleid door een verloskundige van het ziekenhuis.

Het is belangrijk dat u zich vroeg in de zwangerschap aanmeldt bij het Kraamcentrum, ook als u een medische indicatie hebt. Ook als vaststaat dat de bevalling d.m.v. een keizersnede gaat gebeuren, is aanmelding belangrijk omdat na het ontslag vaak nog een aantal dagen (tot maximaal 10 dagen na de bevalling) kraamhulp mogelijk is.

De controles in de zwangerschap
De bedoeling van de controles is om tijdig stoornissen in de ontwikkeling van de zwangerschap te herkennen en zo mogelijk te behandelen. De controles op de polikliniek zullen afwisselend door de verloskundige en de gynaecoloog gedaan worden. Een uitgebreide intake, borstvoedingsconsult en bespreking van het bevalplan zal bij de verloskundige plaatsvinden.

Er worden vragen gesteld die belangrijk zijn in verband met de zwangerschap. Uw gewicht en uw bloeddruk worden gemeten. Een inwendig onderzoek is soms nodig. Vaak wordt een echoscopie gedaan. Verder wordt op het laboratorium bloed afgenomen voor een algemeen onderzoek. Bij de vervolgcontroles worden altijd uw bloeddruk en soms uw gewicht bepaald en enkele keren de urine onderzocht. De gynaecoloog of verloskundige vraagt naar het verloop van de zwangerschap en u wordt gevraagd om bijzonderheden te vertellen. Uw buik wordt onderzocht om de groei en de ligging van het kind te bepalen. Verder wordt naar de harttonen geluisterd.

De meest voorkomende aanvullende onderzoeken zijn de echoscopie en het CTG. De echoscopie levert belangrijke informatie over zwangerschapsduur, ligging van het kind, plaats van de placenta (moederkoek) en groei van het kind. Echoscopie is onschadelijk voor het kind.
 Het CTG (CardioTocoGram) is een registratie van de hartslag van het kind en een gelijktijdige registratie van de activiteit van de baarmoeder. Het geeft belangrijke informatie over de conditie van het kind. Het CTG wordt in de laatste maanden van de zwangerschap gemaakt, alleen wanneer er een speciale reden voor is.

U moet ons beslist bellen, als u
- ruim helderrood bloed verliest (meer dan 1 eetlepel).

- vóór de 37e week regelmatige weeën voelt, of vruchtwater verliest.
- na de 37e week één uur lang om de
5 minuten weeën van 60 seconden voelt.
- vruchtwater verliest (helder, groen of bruin).
- zich ongerust maakt.

- de baby niet meer of duidelijk veel minder voelt bewegen.

Telefoonnummer verloskamers: 0515 - 48 83 20

De eerste opvang wordt gedaan door een verloskundige. Bij opname wordt een CTG gemaakt en er wordt een inwendig onderzoek gedaan om de ontsluiting en de indaling van uw kind te beoordelen. Soms wordt er gebruik gemaakt van een electrode (metalen draadje) op het hoofd van uw kindje. Er vindt altijd overleg plaats met de dienstdoende gynaecoloog.

Wat moet u meenemen bij opname?
- legitimatiebewijs
- zorgverzekeringspapieren
- nachtkleding en ondergoed
- pantoffels of slippers
- toiletartikelen
- badjas
- fototoestel
- kleertjes voor uw baby
- maxicosi (pas meenemen bij ontslag)


Contact
Kindsbewegingen