header_verloskunde

Keizersnede

  •  Inleiding 
  •  Voorbereiding 
  •  De operatie 
  •  Aandachtspunten 

Wat is een keizersnede?
Een keizersnede is een operatie waarbij het kind via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten. De baby wordt meestal binnen een kwartier na het begin van de operatie geboren. Daarna maakt de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand met hechtingen dicht. 

Uitgebreide informatie is terug te vinden op het digitale boek over de Keizersnede in het Antonius Ziekenhuis (klik) (1,1MB)

Waarom een keizersnede
De gynaecoloog adviseert een keizersnede alleen als een bevalling via de tl_files/Content/verloskunde/keizersnede AZS.jpgvagina (schede) niet mogelijk is of te groot risico’s is voor u, uw kind of voor u beiden. Omdat bij een keizersnede complicaties kunnen optreden, wordt de operatie alleen gedaan als er een goede reden voor is.

Een geplande keizersnede
Soms is al vóór de zwangerschap duidelijk dat er een keizersnede nodig is. Bijvoorbeeld als u een operatie gehad hebt in verband met een ernstige verzakking. In andere gevallen blijkt tijdens de zwangerschap dat een keizersnede nodig is, bijvoorbeeld als de placenta (moederkoek) voor de baarmoedermond ligt, als een vleesboom de indaling van het kind verhindert, of als er complicaties zijn zoals een placenta die onvoldoende functioneert. In deze gevallen spreekt men van een geplande of primaire keizersnede.

Een keizersnede tijdens de bevalling
Vaak wordt pas tijdens de bevalling duidelijk dat een keizersnede nodig is. Dit noemt men een secundaire keizersnede. De meest voorkomende redenen daarvoor zijn het niet vorderen van de bevalling en/of dreigend zuurstofgebrek van het kind. Het is mogelijk dat de bevalling niet opschiet tijdens de ontsluiting of de uitdrijving. Als de ontsluiting onvoldoende vordert neemt het aantal centimeters ontsluiting niet (voldoende) toe. Bij onvoldoende vordering van de uitdrijving is er te weinig indaling van het hoofdje of de billen in het bekken. De verloskundige of arts kan denken aan dreigend zuurstofgebrek wanneer de harttonenregistratie op een cardiotocogram (CTG) langdurig of ernstig afwijkt. Soms wordt een beetje bloed van de hoofdhuid van het kind afgenomen (microbloedonderzoek) om te bepalen of het kind voldoende zuurstof krijgt.

Voorbereiding op een keizersnede
Zoals bij elke operatie vindt bij een geplande keizersnede vooraf onderzoek plaats naar uw gezondheid. Men stelt vragen over uw gezondheid en vaak wordt een lichamelijk onderzoek gedaan, zoals het luisteren naar hart en longen. Verder wordt er bloedonderzoek gedaan en bespreekt de gynaecoloog of anesthesioloog met u de keuze tussen een algehele anesthesie (narcose) en een ruggenprik. U kunt al van te voren een kijkje nemen op de afdeling waar u komt te liggen en informatie van de verpleegkundige krijgen. Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. U mag ten minste vier tot zes uur voor de operatie niets meer eten of drinken. Vaak scheert de verpleegkundige het schaamhaar gedeeltelijk weg. Op de afdeling krijgt u een operatiehemd aan. Vóór de operatie moet uw blaas leeg zijn. Op de afdeling of op de operatiekamer brengt de verpleegkundige een blaaskatheter aan, zodat de urine kan wegstromen. Deze wordt in een zak opgevangen. Om de kans op misselijkheid en zuurbranden te verminderen krijgt u een maagzuurremmend drankje. 

De soort verdoving
Bij een keizersnede zijn twee soorten verdovingen mogelijk: narcose en een ruggenprik. Welke van de twee methoden geadviseerd wordt, is afhankelijk van de reden voor de keizersnede en de mate van spoed. Mocht u zelf een uitgesproken voorkeur hebben, dan kunt u dit laten weten. 

De operatie zelf
Bijna altijd maakt de gynaecoloog een ‘bikinisnede’, een horizontale (dwarse) snede van 10-15 cm vlak boven het schaambeen, ongeveer rond de haargrens. Bij uitzondering wordt soms een snede van de navel naar beneden tl_files/Content/verloskunde/Keizersnede plaatje.jpggemaakt. Na de snede in de huid worden het vet onder de huid en een laag verstevigend bindweefsel boven de buikspieren doorgesneden. De lange buikspieren die van de ribbenboog naar beneden lopen worden opzij
geschoven, en vervolgens opent de gynaecoloog de buikholte. De blaas, die voor een deel over de baarmoeder heen ligt, wordt losgemaakt van de baarmoeder en naar beneden geschoven. Daarna haalt de gynaecoloog meestal via een dwarse snede in de baarmoeder uw kind naar buiten. Men drukt daarbij op uw buik. Als uw kind geboren is, wordt de navelstreng doorgeknipt. Omdat alles steriel moet blijven, mag de vader dit niet zelf doen, zoals bij een ‘normale’ bevalling. Na het doorknippen van de navelstreng krijgt u via het infuus meestal een antibioticum en een medicijn om de baarmoeder te laten samentrekken. Als de placenta geboren is, hecht de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand. Wanneer de operatie klaar is wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Daar blijft u enige tijd. 

De baby
Na de geboorte wordt op de operatiekamer door een kinderarts de conditie van de baby beoordeeld. In principe zal uw kind bloot bij u op de buik worden gelegd op het moment dat de buik gesloten wordt. Als de omstandigheden het toelaten zal uw kind dan gedurende het eerste uur lekker bij u kunnen blijven liggen. Ook uw partner blijft aanwezig. Sommige omstandigheden zoals bijvoorbeeld de conditie van u of uw kind kunnen er toe leiden dat uw kind toch beter samen met uw partner alvast naar de (couveuse)afdeling gebracht kan worden. Wij streven er altijd naar om moeder en kind zo snel, zo lang en zo prettig mogelijk bij elkaar te brengen

De moeder
Wanneer uw conditie stabiel is, wordt u naar de kraamafdeling gebracht. Daar gaat de verpleegkundige met de controles verder. Na de operatie hebt u pijn door de wond of door de naweeën. Hiervoor krijgt u regelmatig pijnstillers aangeboden. U krijgt dagelijks een onderhuidse injectie in het bovenbeen om trombose te voorkomen. De katheter in uw blaas wordt de eerste dag na de operatie verwijderd. Afhankelijk van de pijn en uw conditie zal het opstaan worden uitgebreid. Al snel na de opreatie kunt u iets drinken en zo mogelijk eten. Het verblijf op de kraamafdeling is afhankeleijk van het herstel en eventuele complicaties. Meestal duurt uw verblijf 4 - 6 dagen. Alle hechtingen zijn oplosbaar. Borstvoeden is ook na een keizersnede mogelijk. Het is verstandig om uw baby binnen 1 uur en zo vaak mogelijk aan de borst te leggen. U zult hierbij extra hulp en ondersteuning van de verpleegkundige nodig hebben. Zij zullen u met raad en daad bijstaan.

Pijn
U kunt de eerste dagen tot een week na de ingreep pijn hebben. Deze pijn neemt geleidelijk af. Bij pijn mag u maximaal 4 x per dag 1 gram (2 tabletten van 500mg) paracetamol nemen. Verminderen kunt u afhankelijk van de pijnklachten. Paracetamol mag gebruikt worden als u borstvoeding geeft.

Vaginaal bloedverlies
Na een keizersnede is net als bij een bevalling vaginaal bloedverlies normaal. In het begin is dit helder rood maar later donkerder van kleur en steeds minder. Het gebruik van tampons wordt ontraden.

Geslachtsgemeenschap
Geslachtsgemeenschap wordt afgeraden zolang er nog vaginaal bloedverlies is of abnormale afscheiding. Dit om bij een nog niet genezen baarmoeder infecties te voorkomen. Soms kan gemeenschap in het begin anders aanvoelen en ook pijnlijk zijn. Levert dit problemen op, neem dan contact op met uw huisarts.

Wond/Hechtingen
Tijdens de ingreep heeft de gynaecoloog hechtingen gebruikt die oplosbaar zijn. In specifieke gevallen kan het zo zijn dat er geen oplosbare hechtingen zijn gebruikt. Bij ontslag wordt er dan afgesproken wanneer en door wie deze hechtingen worden verwijderd. De operatiewond kan nog een tijd pijnlijk aanvoelen en kan jeuken of steken. Bij een bikinisnede kan het huidgebied boven en soms onder de wond nog een aantal maanden doof aanvoelen.

Uitscheiding (ontlasting en plassen)en voedingspatroon
Het plassen kan in het begin anders aanvoelen en mogelijk kunt u niet goed voelen of u wel helemaal hebt uitgeplast. Het kan helpen om tijdens het plassen met de hand enige druk boven het schaambeen uit te oefenen. Als de darmen weer op gang komen na de operatie kunt u last krijgen van darmkrampen. Ook na thuiskomst kunnen de darmen soms nog opspelen en kunt u last krijgen van verstopping, met name als u borstvoeding geeft. Dit komt vanzelf weer in het oude patroon. Het is verstandig om veel te drinken (water) en om vezelrijke voeding te eten. U krijgt in sommige gevallen (afhankelijk van uw bloedwaarde) een recept voor ijzertabletten (ferro-fumeras) mee naar huis. U kunt hier mee beginnen als de ontlasting weer normaal op gang is. De ijzertabletten kunnen de ontlasting zwart kleuren.

Activiteiten
Een operatie is zwaar voor uw lichaam. Het duurt een tijd voordat u zich weer helemaal goed voelt. Dit valt vaak tegen; veel vrouwen verwachten dat ze snel weer de oude zijn. Maar u bent bijvoorbeeld snel moe en kunt misschien minder aan dan u gewend bent. Luister goed naar de signalen van uw lichaam en ga niet te snel weer te veel doen. Uw lichaam heeft tijd en rust nodig om helemaal te herstellen. Het is verstandig om het de eerste 6 weken na de ingreep rustig aan te doen. Dit betekent: niet zwaar tillen, bukken, stofzuigen, ramen lappen, bedden verschonen, douche- en toilet schoonmaken en geen zware boodschappen tillen. U kunt gerust de verzorging van uw baby en lichte werkzaamheden doen. Probeer activiteiten zoveel mogelijk zittend te doen. Autorijden mag zodra u zich goed voelt.

Sporten
Lichte sporten zoals recreatief fietsen en wandelen kun u geleidelijk na 4 weken weer doen. Sporten waarbij onverwachte bewegingen worden gedaan zoals tennis, volleybal etc. kunt u na 6 weken weer doen. Luister goed naar uw eigen lichaam, stop als u moe wordt/bent. Buikspieroefeningen worden voor de eerste zes weken afgeraden.

Douchen
U kunt gewoon douchen. Wanneer u nog vaginaal bloed verliest is het beter niet te baden of te zwemmen.

Controle
Na de operatie krijgt u een afspraak voor controle mee. Dit is een telefonische nacontrole door de verpleegkundige of gynaecoloog 2 weken en 6 weken na de operatie. Soms kan het voorkomen dat u voor controle op de poli terugkomt.

Kraamzorg
Meestal hebt u tot en met de 8e dag na de keisersnede recht op kraamzorg; zie de polisvoorwaarden van uw verzekering. Waarschuw het ziekenhuis bij:
- Koorts, temperatuur boven 38 graden langer dan 24 uur
- Toenemende buikpijn en/of wondpijn
- Toenemende roodheid, zwelling of vochtverlies bij de wond
- Een opgezette buik.

Emoties rondom een keizersnede
De beleving van een keizersnede wisselt sterk. Sommige vrouwen hebben er emotionele problemen mee. Ze zijn teleurgesteld dat de bevalling niet langs de normale weg kon plaatsvinden en hebben het gevoel dat een normale bevalling van hen is ‘afgenomen’. Soms vinden ze dat ze gefaald hebben. Bij een narcose maken vrouwen de geboorte van hun kind niet bewust mee, waardoor ze soms moeite hebben om aan hun kind te wennen. Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat erover met uw partner, vrienden en familieleden. Bespreek tijdens de nacontrole uw emoties en vragen, zoals waarom de keizersnede nodig was. Dit kan u ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf uw vragen van te voren op zodat u niets vergeet. Ook na langere tijd of voorafgaand aan een volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of de huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte aan hebt. Soms is het een opluchting om ervaringen uit te wisselen met ‘lotgenoten’, die u kunt benaderen via de Vereniging Keizersnede-Ouders. Het omgekeerde is ook mogelijk: als een keizersnede gedaan werd nadat u lange tijd zeer pijnlijke weeën hebt gehad, betekent de operatie vaak juist een opluchting. Voor de vader is een keizersnede soms ook moeilijk te verwerken. Hij ziet u negen maanden met de baby rondlopen en dan moet u (na eventuele weeën) ook nog een operatie ondergaan om het kind geboren te laten worden. Soms voelt een partner zich nutteloos omdat hij het gevoel heeft nauwelijks iets voor u te hebben kunnen doen. Ook kan hij bang zijn geweest dat er iets mis zou gaan. Als dergelijke gevoelens spelen, probeer ze dan met elkaar te bespreken.

Wanneer moet u contact opnemen?
Bij onverwachte problemen, samenhangend met uw keizersnede, neemt u gedurende de periode tot de nacontrole (na 6 weken), contact op met het ziekenhuis. Telefoonnummer 0515-48 89 83.

Contact
Wanneer bellen?